donderdag 28 januari 2016

Bangmakerij aan de deur

De zware energie neemt deze dagen af. We gaan richting nieuwe maan. Heerlijk, dat betekent soepeler energie. Ik hoop dat mijn nek en schouders ook wat soepeler worden. Na een verkeerde beweging tijdens het opdrukken dat ik eind vorige week weer wilde invoeren, sloeg 'het' erin. Zondag probeerde ik de pijn eruit te joggen. Dat lukte niet. Wel kreeg ik spierpijn, want ik had al eeuwen niet meer hardgelopen. Ik wacht nog een paar dagen en dan moet de pijn zijn verdwenen. Ik vertrouw erop dat de soepeler energie die in de lucht komt, daarbij helpt. Maar van enige soepelheid kan ik nu nog niet spreken.

Wat ook niet erg soepel verliep, was een verkooppraatje van iemand die beveilligingsapparatuur aan de man wilde brengen. Hij belde aan het einde van de middag aan. Een verkoper van ergens in de 30. Hij zag er goed uit, groette leuk, maar de naam van het bedrijf waarvoor hij werkte ben ik kwijt. Jammer. Hij vroeg of ik wel op de hoogte was van het aantal inbraken in de buurt. Ik wist er een op te noemen. Hij natuurlijk veel meer. Dus eng.

Ja, ja. Eerst uitvogelen of je met bange mensen te maken hebt. Is dat niet zo? Dan is de volgende stap de mensen op alle gevaren te wijzen. 'Overal wordt ingebroken,' stelde hij. 'Ja,' zei ik. 'Dat klopt, overal kan worden ingebroken.' Nu werd het tijd de bangmaakstrategie toe te passen.Want in al mijn eerlijkheid had ik ook gezegd dat ik mij wel veilig voel. Daarop kwam een aantal 'Stel dat... Wat zou u doen?'-vragen. Tsja. 'Ik weet pas hoe ik reageer als de situatie zich voordoet,' zei ik. 'Dat ben ik niet met u eens,' zei hij. Oh?
Een praatje volgde, over dat mensen wèl van tevoren kunnen aanvoelen hoe ze reageren. Dat mensen daarin anders zijn dan dieren. Die man moet zijn werk ook maar uitvoeren, dacht ik. En ik liet hem maar praten. Dat viel hem op. Hij moest mijn onverdeelde aandacht hebben, hij moest mij meekrijgen. Een moeilijke baan heeft deze man.

Messen

Hij maakte het verhaal nog een tikkeltje enger. 'Stel nou dat er 's nachts ineens een paar mannen met messen om uw bed staan.' Nou ja, meneer! Wat afschuwelijk. Dat had hij moeten weten. Ik gaf toe dat ik van tevoren al zou weten dat ik daar wel erg van zou schrikken. Hij leek blij met mijn antwoord en glimlachte. De eerste schrikgedachte was in mijn hoofd geland, hij had de aandacht.
Ik merkte nog op dat dit soort dingen nou eenmaal gebeuren. Je weet nooit wanneer, je weet nooit waar, maar het is niet tegen te houden. Kwestie van pech of geluk. En ik voegde eraan toe dat ik de mensen die met messen een woning binnenvallen om de bewoners te beroven, gek vind. Daar nam het gesprek een vreemde wending.

Bijzonder fel hield de verkoper een pleidooi voor messentrekkende rovers, leek wel. Hij stelde dat deze criminelen helemaal niet gek zijn. 'Ze hebben een doel,' zei hij krachtig. Oh ja, mensen met een doel kunnen niet gek zijn. Een discussie. Daar had ik geen zin in. Dus ik concludeerde maar snel (ja, ik liet hem zijn werk doen, maar dat hoefde nou ook weer niet uren te duren): Wij zijn het hier niet over eens. Nee, inderdaad, dat was ook zo.

Hij wilde mij nog graag even zeggen dat een mes op andermans keel zetten moreel misschien niet verantwoord is, maar, 'Iedereen kan een mes op andermans keel zetten.' Huh? Ik murmelde nog iets van dat ik zoiets niet zou kunnen. Hij wel, zei hij. Ik trok mijn wenkbrauwen op. Hij verduidelijkte dat wanneer iemand een van zijn kinderen iets zou aandoen, hij zichzelf heel goed in staat achtte die persoon een mes op de keel te zetten. 'Oh ja, maar dat is iets heel anders,' zei ik, opgelucht dat hij niet voor bezittingen mensen in hun woning zou overvallen. Daarna vroeg hij wat ik over militairen dacht. Die gebruiken immers ook geweld. Om ander geweld te stoppen, was zijn gedachtengang. Ik raakte het spoor volkomen bijster. Waar wilde hij naar toe?
Deze man belde aan met de openingszin dat ik ergens (ik weet nog steeds niet wat ik precies had moeten doen) aan kon meedoen en dan beveiligingsapparatuur gratis kon krijgen. Nu hadden we het over messentrekkende gekken gehad en was het gesprek aanbeland op het onderwerp militairen.

Ik zei dat hij geen appels (messentrekkende overvallers) met peren (militairen) moest vergelijken. Waarop hij in al zijn wijsheid zei dat hij appels met appels vergeleek. Hij heeft wel een punt als hij het over militairen in creepy dictaturen en andere griezelstaten heeft. Maar hij bedoelde te zeggen dat Westerse militairen met gebruik van geweld goed werk verrichten in het Midden-Oosten (hij verwees naar de strijd tegen IS). Ik gaf aan dat het onderwerp te groot was om zo even te bespreken. Natuurlijk kwamen we er niet uit.
Hij wilde zeggen dat geweld soms ook een goede zaak dient. Maar ik wilde zeggen dat van geen een gewapende overvaller is te zeggen dat zijn geweld een goede zaak dient. De verkoper gaf het gelukkig ook op en kwam weer terug op waarvoor hij eigenlijk gekomen was. Maar voordat hij terugkwam op zijn oorspronkelijke doel, trok hij zelf al de conclusie dat ik nog niet toe ben aan de beveiligingsapparatuur.

Hoe weinig ik hoef te doen om mensen overstuur te maken. Het is een net ontdekte gave. Hoop ik alleen dat hij mijn huisnummer niet zo aandachtig bestudeerde om mij met een paar vriendjes met blikkerende messen in mijn bed te verrassen.


2 opmerkingen:

  1. Nou...ik hoop dat je rustige nachten, gevuld met mooie dromen en gezonde slaap, hebt gehad na dat bangmakerij praatje.
    Groetjes, Kyria Silvia.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. De eerste avonden heb ik nog wel aan het praatje gedacht, maar ik heb goed geslapen, dankje Kyria!

    BeantwoordenVerwijderen